Archief beheerder

Bus bashing

7 november 2011

Wat is dat toch met bussen? Ze worden altijd gemold. En de bijbehorende chauffeurs belaagd. Vorige week weer een. In Rotterdam ditmaal.

Maar waarom zijn het altijd de bussen die het moeten ontgelden? Er zijn toch wel meer dingen in je omgeving die stuk kunnen? Bankjes, afvalbakken, telefooncellen. En er zijn toch ook wel weer mensen die je in elkaar kunt slaan?

Vroeger werd agressie gewoon afgereageerd op toevallige voorbijgangers. Zinloos geweld heette het toen. Maar dat lijkt inmiddels een gepasseerd station. Ik snap het wel, je wil natuurlijk blijven groeien. Nieuwe uitdagingen aangaan.

Ja, inderdaad: ambulances. Dat kan ook. Gebeurt ook, maar in mindere mate. Het is ook een stuk lastiger. Je ziet ze niet zo heel vaak en ze rijden meestal nogal hard.

Bussen slopen, ik vind het gewoon te gemakzuchtig. Ze zijn een te makkelijk doelwit. Weinig eer aan te behalen. Van een bus wéét je gewoon dat-ie vanzelf stopt. Daar kun je op wachten. Je gaat gewoon bij een halte staan. En je mist ze zelden. Ze komen nooit te vroeg, maar altijd op tijd, of te laat. Dat laatste zou trouwens ook agressiviteit kunnen uitlokken. Ik ben ook wel eens boos op bussen, maar dat is op het moment dat ze er nog niet zijn. En dat gevoel verdwijnt zodra ze arriveren. Want als-ie dan komt, ben ik al lang blij dat ik kan instappen en naar mijn bestemming wordt gereden.

Dus, waarom gaan mensen als ze dan eindelijk in die bus zitten, de chauffeur molesteren? Stap dan gewoon niet in! Je hoeft niet mee. Je mag ook gewoon gaan lopen! Of ergens een beetje gaan rondhangen. Dan kun je ook overlast veroorzaken als je dat zo nodig wilt.

Het blijft een raadsel. Of zou het zo zijn dat dit busbashen wordt veroorzaakt door iets in onze taal? Dat bepaalde mensen door bepaalde uitdrukkingen op het verkeerde been worden gezet? Misschien moeten we voortaan maar weer gaan zeggen ‘We gaan met de bus’ in plaats van ‘We pakken de bus’.

Sneeuw

14 oktober 2011

‘Extreme winter op komst’, lees ik net in de krant. Dat vind ik nou opbeurend nieuws. Buiten miezert het, de temperatuur ligt ergens rond het langjarig gemiddelde en ik denk terug aan de zomer.

In mei werd voorspeld dat de zomer zeer  heet en droog  zou worden.  Dat leek me toen een goede reden om de vakantie in Nederland te vieren. Het werd de natste sinds 1906. Erg gestresst ben ik er van geworden. Want als de zon, tussen de buien door, toch nog even tevoorschijn kwam, dan moest je er ook direct iets mee. Hup, snel naar het strand voor het te laat is. Lag je daar, in je zwembroek op je handdoek angstvallig de lucht in de gaten te houden. Om zeven uur ‘s ochtends. Nee, ontspannen ben ik er niet van teruggekomen.

Vervolgens zouden we een mooie nazomer krijgen. Dat gaf hoop maar verlengde ook de kwelling. Ik heb lang zitten wachten tot-ie kwam. Het bleef maar regenen. Op een gegeven moment moet je dan de dingen maar accepteren zoals ze zijn. Dus zei ik half september tegen mezelf: ‘Oké, ik verklaar hierbij de herfst als begonnen. Ik haal de kerstspullen alvast van zolder en doe de kachel en de kaarsjes aan. Gezellig.

En toen, zomaar uit het niets kwam twee weken geleden alsnog de warmte. In een poging om het–toch-nog-goed-te-maken. Ofzo. Ineens waren de straten tot diep in de nacht gevuld met mensen in zomerkleding. En zonder jas. Iedereen wilde nog snel wat verloren zwoele zomeravonden inhalen terwijl de reclameposters met de nieuwe wintercollectie al het straatbeeld bepaalden. Liep je daar in je T-shirtje langs vrouwen in warme truien en met bontmutsjes op. Vervreemdend. Ook de natuur raakte er door van slag. Sommige planten konden ineens niet meer wachten met bloeien. Die dachten dat het al weer lente was. Gekkenhuis.

En dan krijgen we nu dus een ijskoude winter. Ik houd mijn korte broeken nog even binnen handbereik. Waarschijnlijk valt de eerste sneeuw pas volgend jaar juni.

Komkommers

29 augustus 2011

Het was hoog zomer toen ik het bericht las dat het Crisisteam EHEC-bacterie was opgeheven. Ik wist meteen  wat het betekende: dit is het voortijdige einde van de komkommertijd. Terwijl deze in Nederland, onder normale omstandigheden duurt tot ongeveer de derde dinsdag in september.

Het was allemaal begonnen in mei, toen er signalen uit Duitsland kwamen ‘dat er wat mis zou zijn met komkommers’. De export van Nederlandse komkommers naar Duitsland stortte van de ene op de andere dag compleet in. Honderden miljoenen schade. Het leek zelfs even uit de lopen op een wild om zich heen grijpende crisis. Telers begonnen ook te vrezen voor de sla, de tomaat en de paprika. Een domino-effect. De komkommercrisis was geboren. In allerijl werd het Crisisteam EHEC-bacterie opgericht. Komkommercops werkten keihard aan het indammen van de komkommerdreiging. Het haalde allemaal niets uit. Men probeerde nog even de taugé de schuld in de schoenen te schuiven, maar nee, het was toch echt de komkommer.  Wie had dit op zijn geweten? Kwam de komkommer van links? Nee, de komkommer kwam uit Spanje. Zo zie je maar. Eigen komkommer eerst!

Maar goed. Het was waarschijnlijk allemaal wat te zwaar aangezet. Want dat er iets mis is met komkommers, is helemaal niets nieuws. Het zijn smakeloze, laffe dingen. Niet eens duidelijk of het nu groente of fruit is. Waarom mensen dan toch komkommers eten? Omdat er maar 0,2 % vet in zit.  Ja, wat wil je! Met een gewas dat voor 94% uit water bestaat. En dan zit de schil er nog omheen! Een knappe bacterie die daarin kan overleven trouwens.

En dan de naam: komkommer. ‘Komkommer’, spreekt het een paar keer achter elkaar hardop uit, en je tong verlamt in je mond. Komkommers.  Het zijn humorloze dingen. Als bacterie zou ik nog niet dood gevonden willen worden in een komkommer.

Maar goed. De komkommerpaniek ging uiteindelijk vrij snel weer liggen. Zodat het EHEC-bacterieteam kon worden opgeheven. Niet zo vreemd achteraf. De komkommer is, op zijn zachts gezegd, gewoon geen sexy gewas, nieuwstechnisch dan. En komkommernieuws is sowieso maar een week of acht houdbaar. Op zijn hoogst. En mits koel bewaard.

Pinnen

19 april 2011

  Ik sta bij de kassa van een supermarkt. De rij is lang maar slinkt zienderogen. “Bonnerbij?”, vraagt de caissière aan de klant voor mij. Ik ben eindelijk aan de beurt.
  Mijn boodschappen liggen klaar op de band. De caissière beweegt ze net zolang langs de barcodescanner tot het piepje klinkt. Ik pak ondertussen mijn portemonnee en bekijk de inhoud. Geen contant geld, alleen een pinpas. Die het meestal wel doet, maar niet altijd. “43,85, alstublieft”, zegt de caissière.
 Ik wil de pas door de sleuf trekken maar wordt terechtgewezen. “Meneer, u moet hem onder in steken”.
  Ik was het even vergeten. Jarenlang was het van je af, naar je toe, links, rechts, met de magneetstrip aan de binnenkant, magneetstrip aan de buitenkant. Maar vanaf nu is er Het Nieuwe Pinnen. Niet links, niet rechts, maar gewoon recht vooruit, onderin erin steken. Of bovenin.
  Ik doe wat mij gevraagd wordt, toets mijn pincode in en wacht op het verlossende ‘U heeft betaald, tot ziens’.
  Het duurt lang. Ik word een beetje zenuwachtig, Er staat toch wel genoeg op? Zal toch niet zo zijn dat ik straks het ‘maximum bereikt’ zie en dat ik alles weer van de band moet halen. Gênant. De rij achter mij groeit gestaag. De caissière kijkt verveeld naar haar schermpje.
Ik kijk op het display van het pinapparaat: Daar verschijnt eindelijk iets, maar niet het geruststellende ‘U heeft betaald’.
  Ik lees: ‘Geslaagd’.
Geslaagd? Waar komt dat nu weer vandaan? Geslaagd. Als in ‘Gelukt’? Als in ‘Het heeft moeite gekost, het was misschien met de hakken over de sloot, maar je hebt het gefikst’. Geslaagd! Ik herinner me ineens de intense blijdschap na het diplomazwemmen: Geslaagd! Na het eindexamen van de middelbare school: Geslaagd! Een licht gevoel van euforie overweldigd me. Dat heb ik maar even mooi voor elkaar gekregen.
  Dit is zoveel beter dan het ‘U heeft betaald. Tot ziens’. Dat confronteert je toch voornamelijk met het onomkeerbare feit dat je je geld kwijt bent. ‘U heeft betaald. Daar valt nu niets meer aan te veranderen. En nu wegwezen, er staan er nog meer te wachten’.
  “Bonnerbij?”
  Ik schud mijn hoofd en huppel met mijn boodschappen naar buiten. Ik weet wat mij te doen staat. De volgende keer ga ik alles apart afrekenen. Een halfje gesneden volkoren: Geslaagd! Een liter halfvolle melk: Geslaagd! Een voordeelpak toiletpapier: Geslaagd!

Treinen

12 april 2011

  Ik zal ze toch wel gaan missen, de spannende verhalen van ProRail en de NS. Intrigerend leesvoer was het. Maar daar komt nu dus helaas een einde aan. Afgelopen zaterdag trok de nieuwe directeur van ProRail namelijk het boetekleed aan en gaf alle fouten toe. Ze zei in de krant dat ‘de aanhoudende problemen op het spoor niet op korte termijn zijn verholpen en dat er in het verleden te veel beloftes zijn gedaan die niet waargemaakt konden worden’.
 Jammer. Geen mooie smoezen meer.
Eerst had je het grappige verhaal van ‘De Trein Met De Vierkante Wielen’. Toen kwam het meer poëtische ‘Herfstblaadjes Op De Rails. Vervolgens het spannende ‘Stuifsneeuw’.
  Hoogtepunt in de serie kwam vorig jaar februari, na een spoeddebat in de Tweede Kamer over de spoorperikelen. Hierin vielen woorden als ‘geklungel’, ‘wanprestaties’ en ‘puinhoop’. Toenmalig minister Eurlings zei toen zelfs ‘We mogen ons hier niet bij neerleggen’ en ‘Dit Nooit Meer’. De oorlog werd er nog net niet bijgehaald. Maar het scheelde weinig.
  ProRail beloofde beterschap. En kort na het genoemde kamerdebat, was daar ineens De Verwarde Man. Waarbij de dienstregeling danig in de war werd geschopt door een man die een waar huzarenstukje uithaalde. Aansluitend op de uitspraak ‘We mogen ons hier niet bij neerleggen”.
  Het verhaal ging als volgt: De Verwarde Man had op een vroege zondagochtend meer dan een half uur staan wachten op het tochtige perron 4a van station Den Bosch Centraal. En wilde zich daar niet bij neerleggen. Hij stapte in een trein en slaagde erin om deze eigenhandig 100 meter te verplaatsen. Van perron 4a naar perron 4b.
  Het was dus helemaal niet zo moeilijk om treinen te laten rijden.
Om nieuwe kamervragen te voorkomen, werd De Verwarde Man 2 ingezet. Hierin stapte, eveneens in Den Bosch, een man met een stoppelbaard en een wit gewaad, in een trein en mompelde iets over 9/11 en een bom. Heel simpel. Station zes uur lang ontruimd. Verward? Geniaal!! Geen vragen meer over treinen die te laat kwamen, geen gezwaai met prestatiecontracten. Het was overmacht.
  Maar goed, aan al die creativiteit komt nu dus helaas een eind. Toch is er nog een kleine kans op een vervolg. De nieuwe directeur wil wel beloven dat mensen op tijd worden geïnformeerd bij calamiteiten.
  Ik zie uit naar De Verwarde Man 3.

Supermaan

29 maart 2011

 Het is zaterdagavond 19 maart 2011, iets voor zevenen. Dit wordt de nacht van de supermaan. En ik rijd in oostelijke richting, over de A15 door het Rotterdamse havengebied. Alles ligt er nog vredig bij.
  De komst van de supermaan gonst al een tijdje rond. En heeft zelfs tot enige paniek geleid. ‘De maan staat het dichtst bij de aarde waardoor de supermaan optisch de grootste afmeting heeft in bijna twintig jaar’. En sommige astrologen weten het zeker: natuurrampen en andere catastrofes van apocalyptische omvang zullen ons overspoelen. De aardbeving in Japan, de smeltende kernreactoren, de onrust in het Midden-Oosten, het kan allemaal verklaard worden door de naderende supermaan. En de apotheose is vanavond.
  De zon gaat bijna onder. De lichtjes van de raffinaderijen steken mooi af tegen een steeds donker wordende hemel. Ik bereid me voor op een spectaculair schouwspel. Als het goed is zie ik de maan dadelijk recht voor me opkomen.
  Ik speur de horizon af, in de hoop een eerste glimp te ontdekken. Nog niets te zien. Ook geen gewone maan trouwens. Misschien is het nog te vroeg. Ik blijf kijken. De raffinaderijen ben ik inmiddels al gepasseerd. Dat is jammer. Had me wel pittoresk geleken: een supermaan boven een potentieel rampgebied. Ik ben nu bijna bij Rotterdam.
  Maar dan ineens zie ik hem. Door de bomen heen. Toch nog.
Langzaam wordt de maan groter. Is dit hem dan? Een beetje rozig, beetje gelig, gevlekt. Ik rijd opgewonden verder. Maar er is wel vreemds aan de hand. Bij gewone manen lijkt het alsof ze met je meebewegen. Dat doet deze niet. Maar misschien is dat zo bij supermanen. Als de door de bomen schijnen.
  De maan wordt groter en groter. En ik een klein beetje zenuwachtig. Dan komt hij achter de bomen vandaan. Eindelijk zie ik hem in volle glorie. Ik zie letters op de maan. En een cirkelvormig logo in rood en geel.
  Wat is er met de supermaan gebeurd? Hij lijkt ineens verdacht veel op een BurgerKing lichtreclame op een paal langs de snelweg. Ik passeer de maan. En probeer wat ik net zag te duiden. Misschien was dit wel wat ze bedoelden met ‘optisch de grootste’.
Ik krijg ineens enorme trek in een Double Cheeseburger XXL.

Service

22 maart 2011

  ‘Het nummer dat u heeft gebeld wordt niet beantwoord, probeer het later opnieuw’, zegt een vriendelijke vrouwenstem aan de andere kant van de lijn. Wat een opluchting. Ik dacht al, wat is er toch aan de hand? Maar oh, gelukkig, het nummer dat ik heb gebeld werd gewoon niet beantwoord. Fijn dat iemand me dat even vertelt. Mooi staaltje servicegerichtheid van mijn mobiele telefoon provider. Net dat kleine beetje extra service geven aan je klanten dat ze niet verwachten. Zal de gedachte zijn geweest.
  Maar dát het nummer dat ik had gebeld niet werd beantwoord, dát wist ik al, het nummer werd immers niet beantwoord. Hadden ze me toch mooi te pakken. Even.
Het is net zoals, als je door de regen loopt en iemand tegen je zegt ‘hé je wordt nat’. Zo’n rotgewoonte.
  Ook viel het nog helemaal te bezien of ik het later wel opnieuw zou gaan proberen. Misschien dacht ik wel: ‘Ach laat ook maar, het was eigenlijk ook niet zo belangrijk’. Of misschien had ik het al drie keer geprobeerd, en was dit echt de aller-aller-allerlaatste keer. En had ik gedacht, ‘als je nu niet opneemt dan hoeft het voor mij allemaal niet meer. ‘Probeer het later opnieuw?’ Echt niet. Op een gegeven moment zijn dingen gewoon afgelopen, heb je genoeg moeite gedaan, moet je je verlies nemen en de stekker eruit trekken. Anders gaat het verdacht veel op stalken lijken.
 Of misschien had ik iemand juist heel erg dringend moeten spreken en was ik helemaal wanhopig. Dan moet je niet komen met dat ‘Het nummer dat u heeft gebeld wordt niet beantwoord’. Dan hoef je dat er niet nog een keer in te wrijven.
 Of misschien had ik wel als een berg opgezien tegen het te plegen telefoontje. En had ik alle moed bij elkaar moeten rapen. En had ik met trillende handen en pijn in mijn buik het nummer ingetoetst. En had ik gewacht. Tuut…. en gewacht. Tuut…. Had mijn hart in mijn keel geklopt en was het zweet me uitgebroken. Tuut…. Had ik met ingehouden adem de seconden afgeteld. Tuut… En had er een droog klikje geklonken, ten teken dat ik op de een of andere manier werd doorgeschakeld. En had ik een zucht van verlichting geslaakt. Dolblij dat er niet werd opgenomen. Dat had allemaal gekund, mevrouw van de telefoon. Dat soort dingen weet u allemaal niet. Gelukkig maar.

De man die er nog is

19 februari 2011

  Een mijn onbekende man staart langs me heen, bleek. Uit zijn neus steekt een beademingsslangetje. Hij ziet er niet lekker uit. Zweterig. Hij heeft het zwaar, blijkbaar. De man hangt op een abri of mupi. Hoe ze ook mogen heten, er verschijnen reclameposters op, die met een bepaalde interval omhoog en omlaag schuiven. De hele stad staat er vol mee. En, of je zin hebt of niet, je kijkt. Want het beeld beweegt.
  “Ik ben er nog”, luidt de tekst onder de man met het slangetje. Het is een Sire-campagne die aandacht vraagt voor terminale patiënten.
   Maar dan is hij ineens weg.
De poster met de ongezonde ogende zweterige, grauwe man is naar beneden geschoven en heeft plaatsgemaakt voor… Gaston. De altijd vrolijke Gaston. Van de televisie. Met pretoogjes. Guitig lachend. Zoals alleen Gaston dat kan. Wie gaat hij nu weer blij maken met zo’n mooie geldprijs in zo’n leuke én altijd weer spannende loterij? Gaston, dat is het geluk. En het leven ziet er zonnig uit.
  Gaston staat voor een feloranje achtergrondje met palmboompjes. Hij doet een welgemeende oproep namens vliegwinkel.nl . “Niet zo bleek als je collega? Curacao”. Voor slechts 654 euro zit je lekker in de zon. Gaston schuift weer naar boven en maakt plaats voor de grauwe man met het slangetje in zijn neus, ‘Ik ben er nog’.
   Is die grauwe man met dat slangetje, de bleke collega waar Gaston op doelt? Ik stop. En zie hoe de beelden blijven wisselen. Daar is Gaston weer, lollig en levenslustig. Dan de zieke man, grauw en terminaal. Het ene moment schijnt de zon. En het volgende moment ben je doodziek en steekt er een slang uit je neus. Fantaseert de grauwe man over een zorgeloze vakantie onder de palmbomen gefinancierd uit zijn persoonsgebonden budget? Of zie ik hier de existentiële angst van Gaston? Ik staar naar de abri/mupi. En zomaar op een koude maandagmorgen in januari, doorzie ik de religieuze dimensie van deze onbedoelde allegorie. De man met het slangetje is natuurlijk De Mens. Met daarboven: Gaston, als God in de hemel. En voor 654 euro mag je er heen.

Doorgeladen

9 juli 2009
 
Het doorgeladen pistool. Het is een fenomeen dat steeds vaker opduikt in de media. Pistolen heb je blijkbaar in meerdere gradaties. Gewoon een pistool, zonder kogels, waarmee je alleen iemand een klap kunt verkopen. Wat al behoorlijk pijnlijk kan zijn. Een geladen pistool, met de kogels erin. Altijd handig, dan kun je hem ook gebruiken waarvoor hij bedoeld is. Om te schieten. En een doorgeladen pistool. Dat is een Heel Erg Geladen pistool. Een pistool dat op springen staat, zo klinkt het, zwanger van de kogels. Kogels die nog net in bedwang gehouden kunnen worden maar er bij het minste of geringste spontaan uitvliegen. Wordt zo’n doorgeladen pistool gedragen door een doorgedraaid persoon dan kun je wat beleven. Dan is de schade niet te overzien. Griezelig. Ik las overigens ergens dat doorgeladen weer iets anders is dan ‘op scherp staan’. Dat schijnt nog een gradatie erger te zijn. Maar dat terzijde. Doorgeladen klinkt voor mij als de overtreffende trap van geladen.
Zo heb je, in de categorie overtreffende trappen, ook ‘verboden’ en ‘ten strengste verboden’. Wat zoiets betekent als Heel Erg Verboden. Er staat een bord aan het begin van mijn straat dat mij elke dag weer van harte welkom heet in de buurt maar mij vervolgens wijst op een aantal regels. Voorbij dit bord is het bijvoorbeeld ten strengste verboden om wapens te dragen en drugs te gebruiken. Oké…. Als ik dus op mijn schreden zou terugkeren en dit bord niet zou passeren, dan is gewoon verboden. Mag het dan een beetje? Of mag het dan een beetje minder niet. Want verboden blijft het hoe dan ook. Nog een geluk trouwens dat ik aan de goede kant van het bord woon. Maar goed, het blijft een wonderlijke boodschap. Wat is het gewenste effect ervan? Het werkt meer als een herinnering. Voor het geval dat je het even vergeten was.
Als je er over nadenkt is het eigenlijk behoorlijk beangstigend. Blijkbaar worden in mijn buurt wapens gedragen! Anders was nooit iemand op het idee gekomen om dat bord met die tekst daar te plaatsen. Stel je hetzelfde bord voor op het terrein van de korfbalvereniging in Tietjerkstradeel? Vuurwapens hier? Ik zou me lamschrikken. Maar ook daar is het natuurlijk Heel Erg Verboden.
Het bord staat al enige tijd in mijn straat. Het maakt geen enkele indruk meer. Wellicht is het een idee om de tekst wat aan te scherpen. Ten strengste verboden om doorgeladen vuurwapens te dragen.

Over rozen

2 maart 2009
   Het duurde even voordat het tot me doordrong. Ik zat wat weg te dromen achter het stuur zoals dat wel vaker gebeurt, ’s avond laat in de auto op de snelweg. Dan willen gedachten wel een afdwalen. Maar op de vluchtstrook lag onmiskenbaar, een boeket rozen. Voordat ik dat goed en wel besefte, was ik er al voorbij geraasd. Met een snelheid van zo’n 120 kilometer per uur.
  Het beeld liet me niet meer los. Een groot boeket rode rozen. Gecrashed tegen de vangrail. Een overtuigende bos. In ieder geval geen bos die je koopt om je huis wat op te fleuren. Ook geen doordeweeks boeketje onder het mom van ‘gewoon omdat ik van je hou’. Of een ‘Het-spijt-me-boeket’. Nee, dit was zo’n boeket waar je mee aan kunt komen. Een boeket met een boodschap.
  Een boeket ook, dat je niet zomaar verliest. Of van de achterbank van je cabrio waait. Het was ook niet echt weer om met open dak te rijden. Het regende behoorlijk en het was een graad of drie.
  Maar goed, een paar kilometer terug lag nog steeds dat boeket rode rozen. Op de vluchtstrook. In oranje lantarenlicht.
  Nu liggen er wel vaker dingen op vluchtstroken. Vrachtwagenbandenflarden, platte egeltjes, af en toe een schoen, nooit twee trouwens, bierblikjes. Van alles. Door uiteenlopende oorzaken daar terecht gekomen.
  Was het boeket moedwillig uit het raam van een rijdende auto gegooid? Het zal nog een hele toer zijn geweest om die rozen door het raampje naar buiten te wurmen. Daar moet wel enig geweld aan te pas gekomen zijn. Woede wellicht.
  Of was er iets anders aan de hand? Zou het misschien een eerbetoon zijn aan een verkeersslachtoffer, bij wijze van bermmonumentje? Op de vluchtstrook van een snelweg in de buurt van Schiphol? Leek me stug. Hoewel, hemelsbreed was het maar een paar kilometer verwijderd van de plek waar sinds een paar dagen een in drie stukken gebroken vliegtuig van een Turkse vliegmaatschappij met een kapotte linker radiohoogtemeter in een modderige akker lag. Nee, ook die mogelijkheid sloot ik uit.
  Het feit dat de rozen rood waren, wees niet bepaald in de richting van een rouwboeket. Het was meer een boeket dat je krijgt bij een afscheid van de zaak of bij een huwelijksaanzoek. Ik vermoedde het laatste.
  Misschien was de aanzoek niet in goede aarde gevallen. Of begon het hoopvol en liep het pas later spaak, toen ze al in de auto op de snelweg zaten. ‘Hup, weg met die bloemen en ik wil je nooit meer zien’. Zou er een kaartje aan hangen?
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.