Vermist Gucci

5 februari 2009
Ik denk nog vaak aan Gucci. Arme Gucci. Helemaal alleen. Bibberend van de kou. Buiten in deze vorstperiode. Ook dat nog.
  Ik werd voor het eerst op het bestaan van Gucci gewezen door een zelfgemaakte poster die hing naast een pinautomaat van een bank waarmee het momenteel niet zo goed gaat. Gucci werd vermist.
 Gucci was een treurig ogend hondje dat me op de foto met een scheef koppie aankeek. Een drama natuurlijk voor de wanhopige baasjes maar het ontlokte me een onbedaarlijke lachbui. Er kwam ineens een aantal zaken samen. Zijn treurige ogen, hoewel de foto ongetwijfeld in gelukkig tijden was genomen. De naam, de plek naast de pinautomaat en berichten over de slechte economie even daarvoor op de radio. Hoe harder ik probeerde mijn lach te onderdrukken hoe erger het werd.  De maandenlange aaneenschakeling van  slechte berichten in de media over de aanstaande crisis kwamen samen in dat ene moment. Vermist: Gucci.
  Sorry. Ik kon het echt niet helpen.
  Nu schat ik mensen van nature hoog in, maar wie schaft zich nou zo’n doorgefokt bibberend scharminkeltje aan? Waarschijnlijk hadden ze niet kunnen kiezen tussen een konijn en een hond. Toen namen ze Gucci. Want hij kijkt zo lief. Ik kon me helemaal voorstellen hoe hij op handen moet zijn gedragen. Wat wil je met zo’n naam. Die leg je in de watten. Die koester je. Hij heeft immers een klein godsvermogen gekost. Dat wil aan de buitenwereld laten zien. Daar ben je dus zuinig op.
  Hoe zou Gucci daaronder geweest zijn? Zou hij zich hebben gedragen als een prinsje. Verwend. Over het paard getild. En werd hij arrogant?. Voelde hij zich beter dan de andere hondjes. Met zo’n naam. Wat wil je. Dat zie je wel vaker gebeuren. Tragisch. Dan raken ze het contact met de realiteit een beetje kwijt. Worden ze overmoedig. Denken ze dat niets en niemand hen kan raken. Denken ze dat het feest altijd zal duren. Maar dan nu. Welke zware tijden zou hij nu doorstaan. Zonder zijn liefhebbende baasjes. Waardeloos. Dakloos. Berooid. Zo maar van het ene moment op het andere. Gucci, ach gossie.

Drie mannen en een vuurwapen

20 oktober 2008
 Op een gegeven moment werd ik achterdochtig. Het begon gewoon op te vallen. Nu zijn drugscriminelen misschien niet de meest creatieve mensen op aarde maar het lijkt alsof ze allemaal dezelfde standaard basisuitrusting hebben. In nieuwsberichten over drugsinvallen duiken dan ook altijd een aantal vaste onderdelen op. Wat wordt er zo doorgaans door de politie gevonden en in beslag genomen? Natuurlijk de onvermijdelijke kilo’s aan drugs met een bepaalde straatwaarde. Altijd zijn er de contanten, variërend van enkele tienduizenden en honderdduizend euro’s, de computers, de auto’s, etc. Maar dat is niet het meest opvallende. Er wordt steevast één vuurwapen gevonden. Zelden twee, nooit meerdere. Nee, altijd één vuurwapen.
 Een kort onderzoek bevestigde mijn vermoeden. 16 mei 2008: De politie Amsterdam-Amstelland heeft dinsdag een grote hoeveelheid drugs gevonden [...] Behalve verdovende middelen vonden agenten ook een contant geldbedrag van 1,3 miljoen euro en een vuurwapen. Daarnaast namen zij twee luxe auto’s in beslag.  Precies een maand later op 16 juni :  “ De Nationale Recherche heeft vorige week woensdag in Tilburg een uitzonderlijke grote heroïnevangst gedaan. Ruim 460 kilo heroïne onderschept. De Nationale Recherche nam bij doorzoekingen van twee woningen en drie bedrijfspanden in Almere, Amsterdam en Tilburg 100.000 euro, computers, administratie en een vuurwapen met munitie in beslag.
 Vier dagen later, op 20 juni wordt zelfs een heel drugsnetwerk opgerold “De Nationale recherche heeft dinsdag drie mannen aangehouden die worden verdacht van betrokkenheid bij de voorbereiding van een transport van meer dan 2200 kilo cocaïne. [...] De Nationale Recherche doorzocht acht woningen en een loods in diverse plaatsen en legde daarbij beslag op meer dan 100.000 euro aan contanten, een vuurwapen, computers, een grote hoeveelheid administratie.
 Drie mannen, zes locaties en nog steeds maar één vuurwapen. Wat is er aan de hand? Is het een gezamenlijk wapen. Dat ze om toerbeurt mogen gebruiken. Wordt het wapen verstrekt door de leider van de bende. ‘Hier is het wapen, wel zuinig op zijn en eerlijk samen delen’.
 De lijst berichten waarin telkens dat ene eenzame vuurwapen opduikt is vrijwel eindeloos: “Op 30 december 2005 bijvoorbeeld in Baarn en Amersfoort; “Er zijn drie verdachten opgepakt. In drie woningen en een garage vond de politie in totaal 28 kilo amfetamine en 1000 amfetaminepillen. Naast de drugs zijn er een vuurwapen gevonden en 12,5 kilo illegaal vuurwerk”.
 Het maakt ook niet uit hoeveel mensen gearresteerd worden, het zijn er overigens wel opvallend vaak drie, altijd is er dat ene vuurwapen. Wat zit hier achter? Zijn het de strenge wetten van het drugsgilde, of zou het zo zijn dat de politie gewoon niet doorzoekt. En alleen hun targets willen halen. Zouden ze een standaard checklist bij huiszoekingen hanteren? ‘Oké jongens, even een tussenstand, wat hebben we? We hebben de drugs: check. We hebben het geld: check. De auto: check. En we hebben het vuurwapen: check. Klaar. We gaan naar huis’.

Goede middag

13 mei 2008

De telefoon gaat. Na het enthousiaste “Een hele goede middag meneer” weet ik al wat er komt, alleen nog niet van wie: Het Unieke Aanbod Dat Ik Niet Kan Afslaan. Ik had natuurlijk meteen de verbinding kunnen verbreken na het “Een hele…”. Geen normaal mens begint op die manier een telefoongesprek. Maar ik vind het nu eenmaal onbeleefd om iemand te onderbreken midden in een zin. Ik blijf dus de EenHeleGoedeMiddagMeneer-jongen aanhoren, die in zijn verloren uurtje, mijn verloren uurtje komt verstoren. Je moet het ze nageven: het gevoel voor timing van deze telemarketeers is perfect. Ze bellen altijd ongelegen.
Waar gaat het ditmaal over? Goedkoper bellen, voordelige onderbroeken, een absoluut onafhankelijk hypotheekadvies, een volledig gratis pensioenscan? Als ik hem vriendelijk bedank voor het fijne aanbod en zijn goede bedoelingen doet hij nog één wanhopige poging. “En waarom niet als ik vragen mag”.
Oké, dan moet-ie het zelf maar weten. Hoe langer dit gesprek gaat duren, hoe harder hij straks baalt, want hij moet per uur een vastgesteld aantal mensen bellen. Dat zal hem vandaag dus niet gaan lukken. Ik ga de strijd aan. ‘Sorry, waar belde je ook weer over? Ik was even afgeleid’. Hij draait zijn verhaal nog een keer letterlijk af. Zegt nogmaals zijn onverstaanbare naam ‘van Multi Innovations’ of zoiets, en lepelt weer zijn Unieke Aanbod op. Hij doet echt zijn best. Ik zou er bijna op in willen gaan, gewoon uit medemenselijkheid. Maar niet vandaag. Vandaag ga ik een daad stellen. ‘Interessant’ zeg ik. Hij rekent me nog een keer alle besparingen voor. Ik vat zijn verhaal nog een keer verkeerd samen: ‘dus als ik nu …. dan krijg ik…  en dat kost me…’  De jongen zet een laatste  wanhoopsoffensief in. ‘Maar, hoe zit dat dan met…’. Hij blijft maar standhouden, wat op zich wel prijzenswaardig is. Maar ik heb hem bijna. ‘Nou misschien is het toch wel… En als ik dan…’ Het blijft eindelijk stil aan de andere kant van de lijn. ‘Jij ook nog een hele goede middag’, zeg ik tegen de tuut-tuut-tuutjes.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.